De omgekomen brandweerlieden van 1904

Bidprentje: collectie Willy Laenen

Bidprentje: collectie Willy Laenen

De gebeurtenissen van 11 juli 1904

De “Groote Pompiersfeesten” met “tentoonstelling van bluschmaterieel” ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan van het “Korps Vrijwillige Pompiers” dat plaats zou vinden op 30 en 31 juli en 1 augustus 1904 “onder hooge bescherming van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Albrecht van België” werden uiteraard in het groot aangekondigd.

De festiviteiten werden gespreid over drie dagen met banketten, concerten, een officiële ontvangst op het Turnhoutse stadhuis, “blusch- en reddingsoefeningen” en de “inbrandsteking” van een gebouw. In de aanloop naar de geplande feesten waren er enige oefenmomenten voorzien en in De Kempenaar van 16 juli 1904 lezen we op pagina 3 dat er twee dodelijke slachtoffers te betreuren waren (de originele tekst die toen in verscheen):

“Verleden maandag had te Turnhout een verschrikkelijk ongeluk plaats. Om 7 ure ’s avonds zouden de manschappen van ons korps vrijwillige pompiers de oefeningen aanvangen op de speelplaats der Katholieke Jongensschool in de Warandestraat. In een hoek van die speelplaats was het geraamte opgetimmerd van een houten huis, misschien acht of tien meters hoog, dat met de aanstaande Pompiersfeesten gansch voltrokken naar de Groote Markt zou worden overgebracht, om daar in brand te worden gestoken. Uit de bovenste verdieping van dat brandend huis zou dan met een reddingskatrol, welke over een boven en beneden vastgemaakten kabel liep, een of meer personen worden neergelaten of… gered. Het was de oefening welke het Pompierskorps maandagavond uitvoerde onder het oog van zijnen bevelhebber, Mr. Franz Stroybant.”

Het touw of kabel was bovenaan den steiger en beneden aan eenen boom vastgemaakt.”
“Twee pompiers, Walterus Schellekens-Claes en Jan Melis-Borghs zouden zich bij middel van de katrol naar beneden laten glijden. Eerstgenoemde moest de redder en de andere de geredde voorstellen. Schellekens vatte dus van zijn verheven standpunt de reddingskatrol en liet zich in de ruimte zwaaien. Melis sprong op den rug van den redder om zich met hem en door hem naar beneden te laten glijden.”

“Doch, daar laat Schellekens plotseling de katrol los!... Beiden vallen van eene hoogte van acht of negen meters als eene massa naar beneden en worden – o wee! – met verbrijzelden schedel opgenomen.”

“Jan Melis, koperslager, 32 jaar oud, woonachtig te Oosthoven en vader van vijf kinderen, was op den slag gedood. Walterus Schellekens, meester-timmerman en schrijnwerker in de Patersstraat, vader van 6 kinderen, was het hoofd ingedrukt en had daarbij een schedelbreuk, zoodat de hersenen zichtbaar waren. Hij ademde nog, maar er was geen de minste hoop op redding.”

“Vreeselijke bijzonderheid: Walterus Schellekens had zijn zoontje, een knaapje van vijf of zes jaar, mede naar de oefening genomen en deze stond in een hoekje van het plein, toen de vader zijnen doodelijken val deed! Onmiddellijk werd geestelijke en geneeskundige hulp ingeroepen. De weleerwaarde Pater Vermeiren, Prefect van het Sint-Jozefscollege, die juist door de Warandestraat kwam, gaf aan de ongelukkigen de generale absolutie; ook de eerwaarde heer Verelst, onderpastoor, kwam toegesneld om de stervenden bij te staan en bracht daarna de droeve tijding over aan de familie. MM. Doctors Vermeirsch en Vogels waren eveneens spoedig ter plaatse en deden de ongelukkige slachtoffers naar het gasthuis overbrengen.”

“Walterus Schellekens ontving aldaar het bezoek van zijne diepbedroefde vrouw en treurende kinderen maar de man kwam niet meer tot bewustzijn en gaf omstreeks 11 ure ’s avonds de geest. Onnoodig te zeggen welke ontroering zich meester maakte van de pompiers, die getuigen waren van dat verschrikkelijk ongeval, vooral van den vader van Jan Melis, luitenant van het korps en die onmiddellijk na het ongeluk op het oefeningsplein verscheen. In heel de stad bracht het ongeluk eene ontroering, eene verslagenheid teweeg zooals wij nimmer hebben gezien.”

De deelneming was algemeen en het volk stond in groepen op de straat om de vreeselijkheid van het ongeluk te bespreken en de slachtoffers en hunne familie te bejammeren. Jan Melis en Walterus Schellekens waren dan ook deftige ambachtslieden, oppassende huisvaders.”

“Maar in aanzien van het verschrikkelijk ongeluk, dat twee familiën in den rouw dompelden, werd natuurlijk al dadelijk de vraag gesteld: wat toch is de oorzaak van die ramp? Sommigen beweren dat Melis, in plaats van Schellekens bij het afdalen om het midden te vatten, de handen rond diens hals sloeg, zoodat de pseudo redder de keel werd toegenepen en het reddingstoestel moest loslaten. Anderen beweren dat Melis, toen hij op den rug van den gewaanden redder sprong, met de hakken zijner laarzen de polsen van Schellekens trof, waardoor diens kracht gebroken werd, zoodat hij de katrol losliet met het vreeselijk gevolg dat men kent. Anderen nog zeggen dat Melis, toen hij op de rug van Schellekens sprong, met den voet achter eene plank van den steiger bleef hangen en dat zulks een schok veroorzaakte welke den redder en den geredde naar beneden deden tuimelen. Eindelijk wordt ook gezegd dat Schellekens in de laatste dagen aan rhumatismale aandoeningen in de armen leed en dat de opkomende pijnen de oorzaak wel kunnen zijn geweest dat de andere zoo kloeke man de reddingskatrol losliet.”

“Het parket kwam onmiddellijk na het ongeluk ter plaatse en stelde een onderzoek in. En zie, ondanks het verbod der magistraten, klauterde één der pompiers nogmaals den steiger op, om te doen zien hoe de nederdaling met de katrol eigenlijk moest gebeuren. Maar wat stellig had moeten gebeuren, dat is, dat men bij dergelijke oefeningen een reddingsnet of zeil onder het toestel had moeten uitspreiden en den ring van den reddingsgordel aan de katrol had moeten vastmaken. In Turnhout wordt algemeen de vraag gesteld dat dergelijke oefeningen, waarbij het leven van de manschappen en vooral van huisvaders gevaar loopt, voortaan niet meer zouden worden toegelaten. Te Brussel, Parijs en Londen, te New York of Chicago, waar op de derde en vierde, vijfde, tiende verdiepingen en op ellendige zolderkamertjes van kolossaal hooge gebouwen soms verschillende huisgezinnen wonen, kunnen oefeningen met de porta-ladder, de touwladder, de reddingszak of katrol misschien van groot nut wezen. Maar is dat wel het geval voor Turnhout en gebeurden de halsbrekende oefeningen hier eigenlijk niet meer tot opluistering van de aanstaande pompiersfeesten dan met het oog op de mogelijkheid om hier ooit in wezenlijkheid dergelijke redding te kunnen of te moeten voltrekken?...”

Aan het stilleggen of uitstellen van de aankomende feestelijkheden, werd na het ongeluk niet gedacht. Een week na dit bericht lazen de inwoners van Turnhout en omstreken zowel in De Kempenaar als het Aankondigingsblad van 23 juli 1904 dat “de eereleden welke verlangen aan het Banket op zondag 31 juli deel te nemen zijn verzocht zich te doen inschrijven ten laatste dinsdag aanstaande. Prijs: 5 frank – ½ flesch wijn inbegrepen” en nog eens een week later zagen we in het Aankondigingsblad van 30 juli dat “ter gelegenheid der Pompiersfeesten is het op zondag aanstaande, 31 juli, bij uitzondering toegelaten dansfeest te houden en zal de aftochtsklok niet worden geluid” aldus de toenmalige burgemeester Victor Van Hal.

Op 30 juli 1904 lazen de inwoners van Turnhout het volgende (reclame)bericht in het Aankondigingsblad: “Nawoord van het ongeluk aan twee pompiers te Turnhout overkomen: Men heeft in onze stad veel gesproken over het doodelijk ongeval aan twee onze pompiers overkomen. Nu dat de ontroering een weinig verminderd is, zullen wij ernstig de gevolgen onderzoeken. Wij kunnen ze in eenige woorden samenvatten: twee weduwen en weezen in het ongeluk. Ziedaar wat voortspruit uit gebrek aan vooruitzicht. Indien deze twee huismoeders waren aangesloten geweest bij de maatschappij NELSON, waarvan Madame Matthyssen, Gasthuisstraat 63 de agent is te Turnhout, zou deze maatschappij hun een pensioen betalen van één frank per dag. Wat zouden zij moeten doen hebben om dit pensioen te bekomen? Niets dan hunnen koffie, hunne peeën enz. bij Madame Matthyssen te koopen. Vrouwen, toont u meer vooruitziende en gaat bij Madame Matthyssen. Zij zal u alle inlichtingen geven om dit pensioen te bekomen.

In De Kempenaar van 6 augustus 1904 lazen we bij wijze van afsluiting van de pompiersfeesten: “Maandag morgen om 8 ure vertrokken de pompiers naar de Weldadigheidskolonie van Merxplas, waar door het korps der kolonie oefeningen werden gehouden en waar de congresleden een lunch werd aangeboden. Zoo eindigden de pompiersfeesten welke men goed gelukt zou mogen heeten indien de herinnering aan dat dubbel smartelijk ongeluk dat bij de voorbereidende oefeningen aan twee Turnhoutsche pompiers het leven kosste, daaraan niet onafscheidelijk verbonden bleef.”

De beide slachtoffers van het noodlottige ongeval kregen hun laatste rustplaats op de Historische Begraafplaats Turnhout. Hun grafmonument is nog steeds te bezichtigen, links naast het ereperk van de burgerslachtoffers van WO I en WO II. In september 2025 werd het graf door een gespecialiseerde firma rechtgezet en Rob Cornelissen poetste het graf op, voorzag worteldoek en kiezelsteentjes zodat het graf nog jaren mag getuigen van dit drama.

Hieronder volgt een bondige beschrijving van beide brandweervrijwilligers:

Joannes Carolus Melis (° Turnhout, 14/01/1870 † Turnhout, 11/07/1904), koperslager, echtgenoot van Joanna Josephina Borghs (° Oud-Turnhout, 15/11/1868 † Turnhout, 16/09/1938), vader van acht kinderen waarvan er op het tijdstip van het ongeval nog vier in leven waren.

Waltherus Schellekens (° Ravels, 14/12/1867 † Turnhout, 11/07/1904), timmerman, weduwnaar van Maria Catharina Petit (° Turnhout, 12/12/1869 † Turnhout, 21/07/1892), echtgenoot van Maria Claes (° Retie, 15/05/1859 † Turnhout, 07/05/1922), vader van zes kinderen waarvan er op het tijdstip van het ongeval nog vier in leven waren.

Postkaart uitgebracht naar aanleiding van de Pompiersfeesten van 1904

© Turnhout van Vroeger.be
Heeft u iets dubbel of wil u iets verkopen? Bel +32 (0)495/93 04 23 of mail naar info@smartsitesolutions.be